Willem J. Ouweneel

Emeritus hoogleraar

Publicist

Schrijver

Spreker/prediker

Willem J. Ouweneel

Emeritus hoogleraar

Publicist

Schrijver

Spreker/prediker

Blog Post

189 Ligt Jeruzalem in Engeland!?

augustus 26, 2020 Column

Afgelopen zaterdag zou weer het Prinsengrachtconcert in Amsterdam hebben plaatsgevonden, ware het niet dat vanwege het coronavirus het niet in de gebruikelijke vorm kon plaatsvinden. Wat jammer. Een van de vele grote evenementen die dit jaar in het water vielen. Zo’n tienduizend bezoekers maken het klassieke concert elk jaar live mee vanuit bootjes en ramen en vanaf de kade, en honderdduizenden volgen het via de televisie.

Een van de aardigste onderdelen van het programma is het slot, wanneer het orkest en een solozanger en vervolgens het hele publiek dat schitterende lied ten gehore brengen: Aan de Amsterdamse grachten, geschreven door Pieter Goemans (in 1949 de melodie, en iets later de tekst). Past dit wel in een klassiek muziekprogramma? Nou, laten we zeggen dat het refrein van Goemans lied geïnspireerd lijkt te zijn door de vierde variatie in het tweede deel van het eerste strijksextet van Johannes Brahms… (echt waar).

‘Aan de Amsterdamse grachten heb ik heel mijn hart voor altijd verpand. Amsterdam vult mijn gedachten als de mooiste stad in ons land.’ Nou ja, inderdaad: wie weet er een mooiere Nederlandse stad te noemen dan Amsterdam? Het is ook een heel klein beetje de stad van mijn jeugd: als vierjarige werd ik door mijn moeder vanuit mijn geboorteplaats Zaandam meegenomen naar die grote stad, waarvan ik mij het station en de Bijenkorf nog zo goed herinner.

Over geen plaats in Nederland bestaan bij benadering zoveel liedjes: Tulpen uit AmsterdamGeef mij maar AmsterdamHé Amsterdam, om nog maar te zwijgen van liederen over de ‘Jordaan’: Bij ons in de JordaanEen piketanussie, enzovoort. Ik denk daar wel eens aan als ik me weer verbeeld dat wij, nuchtere Hollanders, toch niet zo nationalistisch zijn als die Engelsen, Duitsers of Fransen. Neem nou de Last Night of the Proms, waar toch ook veel Nederlanders graag naar kijken en luisteren. Proms is een afkorting van ‘Promenadeconcerten’, jaarlijks gehouden in de Londense Royal Albert Hall (waar ikzelf tweemaal Händels Messiah heb meegezongen). De traditionele afsluiting van de Proms heet de Last Night of the Proms (meestal de tweede zaterdag in september, maar dit coronajaar…?); dat is een concert van licht klassieke muziek met minstens drie vaste onderdelen. Naast het volkslied (God Save the Queen) is dat ten eerste Edward Elgars Pomp and Circumstance 1, dat uitloopt op het beroemde lied Land of Hope and Glory. Het is een uiterst nationalistisch lied, waarin Groot-Brittannië verheerlijkt wordt. Het stamt uit 1902, toen het land en het Britse gemenebest nog écht veel glorie bezaten. Van die glorie is niet veel over, maar de Britten zingen het nog elk jaar uit pure nostalgie en patriottisme.

Het andere vaste onderdeel van de Last Night of the Proms is Jerusalem, een gedicht van William Blake op muziek van Hubert Parry (1916) en georkestreerd door… alweer diezelfde Edward Elgar. Het is zo mogelijk nog populairder, en inhoudelijk nog ‘erger’ dan Land of Hope and Glory, want nu is het niets minder dan én het heilig Lam van God én het Nieuwe Jeruzalem die gelokaliseerd worden in Engeland: I will not cease from mental fight, or shall my sword sleep in my hand: till we have built Jerusalem in Englands green and pleasant land. Dit is nog ‘erger’ dan de vervangingstheologie! Het ‘geestelijk Israël’ is nu niet de Kerk, maar Engeland… De gedachte is sterk gepopulariseerd door de zogenoemde Brits-Israëlvisie, die onder meer verkondigt dat de troon van David in het Britse gemenebest te vinden is en dat het Angelsaksisch-Keltische volk de nazaten van de tien stammen van Israël, en daarmee ‘Gods uitverkoren volk’ zijn. Het Britse koninklijk huis zou afstammen van het huis van David, en de Stone of Sconedie eeuwenlang gebruikt is bij Britse kroningen, zou de steen zijn die Jakob oprichtte in Genesis 28. Kijk, zúlke gekke dingen hebben ze in Amsterdam nu weer niet…

Over Edward Elgar gesproken: ik mag die man wel, want hij was op dezelfde dag jarig als ik. En die andere grote Engelse componist, Ralph Vaughan Williams was jarig op dezelfde dag als mijn vrouw Gerdien. Dat geeft een band! Aangezien ik een bijzondere voorliefde heb voor de klassieke muziek tussen pakweg 1880 en 1940, luister ik ook graag naar deze twee Engelsen, die in die periode zoveel moois geproduceerd hebben.

Of het nu het Prinsengrachtconcert of de Last Night of the Proms is, wat maakt muziek gelukkig! C.S. Lewis schreef dat er niets op aarde is dat je zozeer een besef van de eeuwigheid geeft als muziek. Ik geloof dat ook. Je kijkt naar een orkest (in de concertzaal of op Youtube o.i.d.) en je ziet een onordelijk stel zeer aardse mensen in nette kleren, die fluisteren, lachen, rare apparaten in hun handen hebben, die ze ook nog eens ‘stemmen’, wat een ‘hels’ kabaal geeft. Het is als de net geschapen aarde, die nog woest en ledig is. Maar vóór dit stelletje ongeregeld staat een man (tegenwoordig soms ook een vrouw), die als het ware zegt: ‘Er zij licht.’ Alleen is het in dit geval geen licht, maar geluid. Hij heft zijn stokje, en als hij het laat zakken, gebeurt er altijd weer een finaal wonder. Er ontstaat muziek. Plotseling moet je eigenlijk niet meer kijken, maar de ogen dichtdoen. Pas dan zie je het: ‘Er wás licht.’ Soms is het licht er ineens, met felle slagen, zoals aan het begin van Elgars Pomp and Circumstance 1 (‘Pracht en praal’), soms is het licht als een zacht vriendelijke dageraad, zoals aan het begin van Vaughan Williams’ The Lark Ascending (‘De opstijgende leeuwerik’).

Muziek is mysterie. En dat herinnert ons dan weer aan Elgars waarschijnlijk beroemdste werk: de Enigma Variations (enigmais “raadsel”): raadselachtige muziek over het raadsel muziek. Schitterend!