Willem J. Ouweneel

Emeritus hoogleraar

Publicist

Schrijver

Spreker/prediker

Willem J. Ouweneel

Emeritus hoogleraar

Publicist

Schrijver

Spreker/prediker

Blog Post

202 Nooit spotprenten over Mohammed!

november 12, 2020 Column

Als je eenmaal voedsel, kleding en onderdak hebt (vgl. 1 Tim. 6:8), is van al onze aardse goederen ‘vrijheid’ een van de allerbelangrijkste zegeningen en voorrechten. (Ik heb het hier niet zozeer over onze specifiek geestelijke vrijheid in Christus; zie o.a. Joh. 8:32,36; Rom. 6:18; 8:2; 2 Kor. 3:17; Gal. 3:13; 4:5.) Die aardse vrijheid is vooral: de vrijheid van meningsuiting, inclusief de vrijheid van godsdienst. Maar, net als al onze andere ‘rechten van de mens’ (eigenlijk een nogal wereldse uitdrukking), is deze vrijheid ‘genormeerd’. Dat wil zeggen: ze staat onder de geboden van God. Zogenaamde ‘vrijheid’ die ingaat tegen de geboden van God, is zonde, net als alle andere ongehoorzaamheid aan Gods geboden. Luister eens naar deze twee veelzeggende passages uit het Nieuwe Testament:

(a) ‘Jullie zijn geroepen om vrij te zijn, broeders en zusters; gebruik echter de vrijheid niet als een aanleiding voor het [zondige] vlees, maar dien elkaar door de liefde’ (Gal. 5:13)

(b) ‘Want zo is het de wil van God, dat jullie door goeddoen de onwetendheid van de dwaze mensen tot zwijgen brengen; als vrijen, en niet door de vrijheid als een dekmantel van de boosheid te hebben, maar als slaven van God’ (1 Petr. 2:15-16).

Zowel Paulus als Petrus betoogt hoe mooi en belangrijk het is als mensen ‘vrij’ zijn (in welke betekenis dan ook); maar beiden voegen de goddelijke norm eraan toe: gebruik die vrijheid niet om je ‘vleselijke’ (zondige) neigingen te botvieren, oftewel: gebruik die vrijheid niet om, onder het mom van die vrijheid, slechte daden te verbergen. Een christen zou dat zo uitdrukken: gebruik je vrijheid op een geestelijke, niet op een vleselijke manier. Wat Petrus bedoelt is dit: échte vrijheid vind je alleen bij ‘slaven’ van God. Paulus heeft het over hen die van de zonde zijn ‘vrijgemaakt’ en juist daardoor ‘slaven’ van God zijn geworden (Rom. 6:22).

Deze vrijheid is natuurlijk nogal subjectief: wat de één ‘vleselijk’ noemt, zal een ander best ‘geestelijk’ willen noemen. Spotprenten zijn een mooi voorbeeld om aan de hand daarvan dit omgaan met echte vrijheid te illustreren. Spot als zodanig is niet per se verkeerd. De profeet Elia spotte met de Baälspriesters in 1 Kon. 18. Jezus spotte met de farizeeën en schriftgeleerden in Matt. 23. God spot met de heidenen in Ps. 2. Ook christenen kunnen best lachen om spotprenten die gemaakt worden van politici, inclusief christen-politici. Maar spot kent zijn grenzen, vooral als we aan iemands diepste identiteit en diepste geloofsovertuigingen komen.

Kijk eens naar onze eigen Nederlandse grondwet. Artikel 6 handelt over de vrijheid van godsdienst en levensovertuiging. Maar artikel 1 zegt: ‘Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.’ Mijns inziens is er een duidelijke spanning tussen deze twee artikelen. Ik bedoel: het is mijn overtuiging dat, als je een ander op het hart trapt door hem of haar belachelijk te maken vanwege zijn of haar godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras of geslacht, je bezig bent met een vorm van discriminatie. Dat snapt iedereen, want we willen ook geen spotprenten van een persoon zien louter en alleen omdat hij of zij bijvoorbeeld moslim of Jood (Jodin) of homo (lesbisch) of transgender of Afro-Nederlander of vrouw is. Als zulke spotprenten gepubliceerd worden, haalt men meteen artikel 1 van stal en roept luidkeels: ‘Discriminatie!’ Maar als er spotprenten van Mohammed gepubliceerd worden, haalt men meteen artikel 6 van stal en roept luidkeels: ‘Vrijheid van meningsuiting!’ Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat deze tweeslachtige reactie behoorlijk rammelt. En die rammelt niet door gebrek aan nadenken bij de desbetreffende spotters, maar, denk ik, vooral door onze hooggeprezen ‘politieke correctheid’. Mohammed belachelijk maken mag wel (hoewel je daarmee vele mede-Nederlandse van allochtone herkomst toch wel degelijk op de ziel trapt), maar Joden, homo’s, transgenders of zwarte burgers belachelijk maken, zou onder een groot deel van de bevolking tot diepe verontwaardiging leiden.

Ik zou nooit spotprenten van Mohammed publiceren. Niet omdat ik bang ben voor de wraak van extreme moslim-radicalen, maar omdat ik me probeer in te denken hoe ik zou reageren op gemene spotprenten die van Jezus gemaakt worden. Ik snap ook wel dat Jezus als Zoon van God veel hoger staat dan Mohammed, die uitdrukkelijk alleen mens is. Maar daar gaat het niet om. Het gaat erom dat Mohammed voor het geloof van vrome moslims even belangrijk is als Jezus dat is voor het geloof van vrome christenen, en trouwens Mozes dat is voor het geloof van vrome Joden. Het feit dat christenen in het algemeen niet gewelddadig reageren op spotprenten over Jezus – en Joden niet op spotprenten over Mozes – betekent niet dat zij minder in hun ziel gekwetst zouden zijn. Zouden wij daar dan onderling geen rekening mee moeten houden?

Voor alle duidelijkheid: ik ben diep verontwaardigd over de gewelddadigheden van moslim-radicalen, die mensen het hoofd afhakken. Schande. Pak ze op en geef ze flinke straffen. Maar die gewelddadigheid is hun verantwoordelijkheid. Mijn verantwoordelijkheid bij het publiceren van een spotprent waarop bepaalde lieden worden uitgebeeld, is deze: probeer ik alleen maar een vorm van humor te bedrijven? Of is mijn spotprent een vorm van belachelijk maken, van minachting, of zelfs van haat? Er zijn heel wat christelijke spotprenten waarin we vooral de draak steken met onszélf. Ze helpen ons om onszélf te lachen, en dat kan soms heel nuttig zijn. Ze vormen een spiegel waarin we onszelf met genoegen bekijken. Maar spotprenten die voortkomen uit afkeer of zelfs haat zijn zaken die Paulus en Petrus klip en klaar aanduiden als uitingen van ons zondige ‘vlees’. Vrijheid betekent nooit dat alles maar moet mogen en kunnen. Vrijheid is een groot goed – maar de vrijheid om te zondigen is volstrekt verwerpelijk.