Willem J. Ouweneel

Emeritus hoogleraar

Publicist

Schrijver

Spreker/prediker

Willem J. Ouweneel

Emeritus hoogleraar

Publicist

Schrijver

Spreker/prediker

Blog Post

180 “Om het ware geloof”

juni 17, 2020 Column

Ieder mens heeft wel een paar rare tics. Ik heb er ook een paar. Een daarvan is mijn voorliefde voor de genealogie (voorouderonderzoek). Ik heb een paar achterneven en -nichten die dat ook hebben, maar onder de nadere familieleden lijkt niemand die afwijking te bezitten. Op mijn elfde stelde ik al mijn eerste kwartierstaatje samen (een kwartierstaat is een overzicht van iemands voorouders: je twee ouders, je vier voorouders, je acht overgrootouders, enzovoort). Op mijn veertiende begon ik al de archieven te bezoeken, vooral de Rijksarchieven in Den Haag en Arnhem (vandaag ze het Nationaal Archief resp. het Gelders Archief). Tegenwoordig kun je heel veel op de computer doen.

Toen ik trouwde, stelde ik natuurlijk ook de kwartierstaat van Gerdien samen, en later ook de kwartierstaten van onze schoonkinderen en zelfs schoonkleinkinderen. Vandaag ken ik de namen van meer dan vijfduizend voorouders van onze kinderen.

Uiteraard gaat het niet alleen om de namen, maar vooral om de levensverhalen van die voorouders. Zo zijn de regio’s waar ze vandaan kwamen, natuurlijk heel belangrijk, en verder de beroepen (dat waren meestal die van boer, bouwman, landbouwer e.d.) én niet te vergeten hun kerkelijke ligging. Vanaf pakweg 1600 waren bijna al mijn voorouders Nederduits Gereformeerd, wat na 1816 Nederlands Hervormd ging heten. De grote uitzondering was mijn rooms-katholieke overbetovergrootvader Jan Franciscus de Koning uit Antwerpen, gedoopt in de beroemde St. Jacobskerk aldaar (de vermaarde Rubenskerk mag je wel zeggen), die nog gevochten heeft in het leger van Napoleon, nota bene in Spanje, waar de tegenslagen voor Napoleon begonnen zijn. Hij trouwde met een Arnhems meisje (waarmee ik géén baksel bedoel) en werd keurig hervormd.

Aan de Afscheiding en de Doleantie hebben mijn voorouders niet meegedaan. Wel liepen er een paar remonstranten tussen hen door, en ook een paar oudkatholieken. En uiteindelijk kwam daar natuurlijk de Vergadering van Gelovigen, waar vier van mijn overgrootouders bij beland zijn. Zodoende heb ik acht Vergaderingsvoorouders, en Gerdien heeft er zes.

Aan huis gebonden als ik gedurende de ‘lockdown’ was, besloot ik een boekje aan de geestelijke kanten van de familiegeschiedenis te wijden, dat ik de titel meegaf ‘Om het ware geloof’. Het is nu net verschenen bij uitgeverij Aspekt in Soesterberg. En je snapt het al: het is een mix geworden van de Nederlandse kerkgeschiedenis en mijn familiegeschiedenis. Hier en daar heb ik ook wat geplukt uit de familiegeschiedenis van Gerdien – onder andere haar voorvader Teunis Haarman, schoolmeester, boerendichter en kerkelijk voorzanger in de Achterhoek – en uit de familiegeschiedenissen van mijn schoonkinderen, wat immers ook de familiegeschiedenissen van onze kleinkinderen zijn. Ik pikte er wat Zwitserse doopsgezinden uit, en wat Noord-Hollandse katholieken, en via een schoonkleindochter zelfs een medevertaler van de beroemde Statenvertaling: Willem Baudartius.

Dit zijn de hoofdstukken geworden:

1) Christenen tegen heidenen (uiteraard: ooit zijn mijn voorouders overgestapt van het heidendom naar het christendom – en een beetje heidendom zit er bij ons allemaal nog wel in… In mijn boek De zevende koningin heb ik aangegeven dat ik, als ik de bronnen zou mogen geloven, zelfs afstam van de Germaanse god Freyr en zelfs van de ‘aardgodin’).

2) Christenen tegen Joden (tja, om de Joden konden mijn voorouders niet heen, zeker niet na de zestiende eeuw; en wat te denken van mijn hoogstwaarschijnlijke joodse voormoeder Dora Liebermann, die totaal vanuit het onbekende mijn kwartierstaat komt binnengewandeld…).

3) Oudkatholieken tegen katholieken (een beetje eigengereid zijn de Nederlanders wel, of ze nu katholiek of protestants zijn; zo hadden we natuurlijk ook bindingen met de oudkatholieken, tot wie een neef van Gerdien nog steeds behoort).

4) Katholieken tegen gereformeerden (op een gegeven moment stond elk van mijn voorouders in de zestiende, begin zeventiende eeuw voor de keus: meegaan met de Reformatie of niet? Bijna allemaal deden ze dat – of moet je zeggen dat in verreweg de meeste gevallen de omstandigheden dat voor hén deden, bijv. omdat de pastoor dapper zijn katholieke eindje vasthield?).

5) Gereformeerden tegen doopsgezinden (als vrijkerkelijke, de geloofsdoop praktiserende evangelicaal is enige sympathie voor de doopsgezinden mij natuurlijk niet vreemd, al hebben zij in onze familiegeschiedenis maar weinig sporen nagelaten; de gereformeerden waren hun te machtig!).

6) Contraremonstranten tegen remonstranten (niet alleen heb ik een paar remonstrantse voorouders, maar een van mijn voorvaders was plaatsvervangend baljuw in Dordrecht ten tijde van de Dordtse Synode; hoeveel zou hij met die vaak lastige Synodeleden te maken hebben gehad?).

7) Volkskerkelijken tegen bevindelijken (ik had een oudoom die medeoprichter en ouderling was van een Gereformeerde Gemeente [later GerGem-in-Ned], en híj had weer een oudoom – mijn oudoudoudoom – die in zijn tijd een bekende ‘thuislezer’ en ‘oefenaar’ was. Als je wilt weten wat dat is, lees mijn boek!).

8) Vrijkerkelijken tegen kerkelijken (en tja, rond het midden van de negentiende eeuw kwamen die ‘vrijkerkelijke’ ‘broeders van de Vergadering’ op de proppen – een soort evangelicalen avant la lettre; als die er niet waren geweest, was ik er ook nooit geweest, want dan hadden mijn ouders elkaar niet leren kennen, en mijn moeders ouders ook niet).

9) Christenen tegen fascisten (mijn Nederlandse grootouders vertrokken net uit Duitsland toen daar het fascisme begon op te komen – óók in de Vergaderingen… Het moet maar eens gezegd worden.)

10) Hervormden tegen dolerenden (mijn opa Willem Ouweneel werd gedoopt door een predikant die kort daarop met de Doleantie meeging; zouden er al wat dolerende druppels in het doopwater hebben gezeten…?).

11) ‘Broeders’ tegen dominees (hoe verging het mijn Vergaderingsvoorouders eigenlijk, in die wereld die nog beheerst werd door dominees en ouderlingen? En hoe heeft mijn vader de stap naar de ‘Broeders’ gezet?)

12) Vader en zoon (en wat heeft de relatie tussen mijn vader en mij allemaal betekend voor de relatie die wij beiden tot de ‘Vergaderingen’ hadden?).

Lees en huiver!