Willem J. Ouweneel

Emeritus hoogleraar

Publicist

Schrijver

Spreker/prediker

Willem J. Ouweneel

Emeritus hoogleraar

Publicist

Schrijver

Spreker/prediker

Blog Post

Psalmendagboek Dag 43: Psalm 23:1-3

06/09/2023 Column

Deze Psalm is oneindig geliefd en bekend; hij is ongetwijfeld de bekendste van alle Psalmen en misschien wel het bekendste hoofdstuk uit de hele Bijbel. Miljoenen Joden én christenen hebben er troost, kracht en vreugde uit geput, vooral in moeilijke omstandigheden. David, die in zijn jeugd de schapen van zijn vader hoedde (1 Sam. 16:11; 17:15,34-35; 2 Sam. 7:8), was zelf een herder. Later vergeleek hij als koning ook zijn onderdanen nog steeds met schapen (2 Sam. 24:17). Deze herder wist in geloof dat de Here zijn Herder was (vergelijk de herdersvorst Jakob, die hetzelfde van God getuigde; Gen. 48:15).

De Here is de Herder van zijn hele volk tot in het Messiaanse rijk aan toe (zie bijv. Jes. 40:11; Jer. 31:10; Ezech. 34:15; Mich. 7:14); maar het is groots als een gelovig mens nu al God kent als zijn persoonlijke Herder, die hem of haar leidt en beschermt en in zijn/haar behoeften voorziet: ‘mij ontbreekt niets (of zal niets ontbreken)’, weet David (vs. 1). Jezus noemde Zich de ‘goede Herder’ van zijn volgelingen, die zelfs bereid was zijn leven voor hen te geven (Joh. 10:11,14). Ook de profeten zagen in de komende Messias de goede Herder van Gods volk (Ezech. 34:23; 37:24; Mich. 5:4; Zach. 13:7 [vgl. Matt. 26:31]).

‘Die Herder (zegt David) laat mij neerliggen in grazige weiden’ (vs. 2a). Nadat het schaap in de ochtend goed gegeten heeft, mag het in de middag (vgl. Hoogl. 1:7), als de hitte het grootst is, kalm neerliggen op een koele plaats om te herkauwen en uit te rusten.

‘Hij leidt mij aan wateren van rust (niet zozeer die wateren zijn rustig, maar het schaap vindt er rust)’ (vs. 2b). Het leven onder deze Herder betekent voedsel, rust en vrede (al wordt dat in vs. 4 wel anders!). ‘Vrede laat Ik jullie, mijn vrede geeft Ik jullie’, zegt Jezus (Joh. 14:27). Het is de ‘vrede van Christus’ die in de harten van de gelovigen heerst (Kol. 3:15).

‘Hij verkwikt (of herstelt) mijn ziel’ (vs. 3a); volgens Psalm 19:8 doet Hij dat vooral door middel van zijn Woord. ‘Hij leidt mij op de rechte paden (letterlijk: paden van gerechtigheid; de paden die naar Gods wil zijn; niet altijd de gemakkelijkste, wel de beste paden) omwille van zijn naam (dus niet alleen voor ons bestwil, maar voor de glorie van zijn naam)’ (vs. 3b).