Willem J. Ouweneel

Emeritus hoogleraar

Publicist

Schrijver

Spreker/prediker

Willem J. Ouweneel

Emeritus hoogleraar

Publicist

Schrijver

Spreker/prediker

Blog Post

Psalmendagboek Dag 37: Psalm 21:1-7

31/08/2023 Column

In veel opzichten lijkt deze Psalm een vervolg te zijn op Psalm 20, ook in die zin dat de Psalm veeleer een Psalm voor David dan een Psalm van David lijkt te zijn. Ook lijkt de in Psalm 20 aangekondigde strijd hier gestreden te zijn, zodat het om een dankzegging voor de behaalde overwinning gaat. Reeds de Targoem (de Aramese parafrase van de Tenach) zag in de hier beschreven koning de Messias, en dat is hier nog duidelijker het geval dan in Psalm 20. De christen zou daar direct de hierop volgende Psalm – Psalm 22 – bij betrekken: de triomferende Messias van Psalm 21 is de lijdende Messias van Psalm 22! (Dezelfde volgorde zullen we aantreffen in bijv. Ps. 68 en 69, en in 101 en 102.) Daarom schrijf ik in deze Psalm hoofdletters voor de Koning:

‘O Here, in uw kracht verblijdt de Koning (Messias) Zich, en over de door U bewerkte verlossing (zie 20:7-9) is Hij zeer verheugd! U hebt Hem het verlangen van zijn hart gegeven (vgl. 20:5) en het verzoek van zijn lippen hebt U niet geweigerd (kortom, U hebt zijn smeekbede verhoord en Hem de overwinning over zijn vijanden gegeven)’ (vs. 2-3).

‘Want U komt Hem tegen met rijke zegeningen (geschenken en beloningen voor alles wat Hij volbracht heeft), U zet een kroon van fijn goud op zijn hoofd (behalve de gewone koninklijke kroon komt God met deze zinnebeeldige kroon als uitdrukking van het bijzondere welgevallen dat Hij in deze Koning heeft). Leven vroeg Hij aan U, U gaf het hem, lengte van dagen voor altijd en eeuwig’ (vs. 4-5). Vooral deze laatste regels passen bij de Messias, die door de dood is heengegaan en is opgestaan tot het leven (vgl. Ps. 16:10-11). Zijn koningschap duurt ‘voor altijd’, dat wil zeggen: zolang als de huidige aarde zal bestaan (tot aan het einde van het Messiaanse rijk).

‘Zijn heerlijkheid is groot door het heil dat U tot stand hebt gebracht; pracht en majesteit hebt U Hem geschonken. Want U maakt Hem zeer gezegend (of: maakt Hem tot een bron van zegeningen) voor altijd’ (vs. 6-7a). Helemaal aan het begin van Israëls geschiedenis werd Abraham ertoe geroepen een ‘zegen’ te zijn (Gen. 12:2); aan het eind van die geschiedenis zal het de Messias zijn uit Wie alle zegen voor anderen zal voortvloeien. ‘U maakt Hem blij met de vreugde van uw tegenwoordigheid’ (vs. 7b; vgl. Ps. 16:11; een andere bevestiging dat hier ten diepste de Messias bedoeld is).