De hoer en de moordenaar

[In het blad Soφie schrijf ik een serie columns over vrouwen die Sophie heetten en opvielen; dit is de column uit het laatst verschenen nummer, februari 2012]

Wat een ontdekking dat de naam Sonja een Russische vorm van de naam Sophia is! Daardoor wordt het aantal Sophia’s waarover ik zou kunnen schrijven, natuurlijk nog veel groter. Dan neem ik maar meteen de vermoedelijk beroemdste Sonja uit de wereldliteratuur bij de kop: die uit Schuld en boete (of Misdaad en straf), de eerste grote roman van Fjodor M. Dostojevski (1866). Twee figuren staan hierin centraal: de arme student Raskolnikov, die een woekeraarster vermoordt om haar geld en die moord rechtvaardigt met een zonderlinge Uebermensch-theorie (later door Nietzsche uitgewerkt).

Tegenover deze arme zondaar staat de gelovige Sonja Marmeladova, dochter van een notoire dronkaard met een groot gezin. Sonja heeft zich voor haar familie opgeofferd door prostituee te worden en zo geld in het laatje te brengen, maar heeft haar ziel daarbij rein bewaard. Raskolnikov leert haar kennen en later liefhebben. Zij is de eerste aan wie hij zijn misdaad bekent en zij is het die hem ertoe brengt zich bij de politie aan te geven en zijn schuld te ‘boeten’. Na een achtjarig verblijf in een Siberisch werkkamp vindt Raskolnikov innerlijke bevrijding.

Een aangrijpend hoogtepunt in het boek is het hoofdstuk waarin de moordenaar Raskolnikov en de hoer Sonja samen Johannes 11 lezen: de geschiedenis van de opwekking van Lazarus. De bedoeling is duidelijk: zal er ook voor Raskolnikov én Sonja nog een ‘opstanding’ mogelijk zijn uit de ellendige levenssituatie waarin zij zich bevinden? Sonja speelt in dat proces een leidende rol door haar morele kracht en door de positieve invloed die zij op Raskolnikov heeft.

Sonja is een van grote christelijke figuren in Dostojevski’s romans, naast met name Ljev Mysjkin (De idioot) en Aleksej Karamazov (De gebroeders Karamazov). Deze vormen een tegenwicht tegen andere gestalten: de opstandige intellectuelen (naast Raskolnikov vooral Ivan Karamazov), de nihilisten (in Schuld en boete is dat Arkadi Svidrigajlov, in De gebroeders Karamazov Pavel Smerdjakov) en de zichzelf te gronde richtende levensgenieters (Dmitri Karamazov).

Sonja vertegenwoordigt de kracht van het christelijk geloof (het hart) tegenover de hegemonie van het hoofd (het godloze intellect) en de buik (de lagere begeerten). Sonja is niet volmaakt – ze is zelfs een hoer – maar het is de geloofskracht van mensen zoals zij die de wereld overwint.