De vrome Sophie

[column 'Soφie', december 2011] 

Een van mijn vroomste middeleeuwse voormoeders (zie mijn De negende Koning voor de ‘link’) was ongetwijfeld Sophia van Rheineck, enige dochter van de graaf van Bentheim, geboren rond 1115/20 en rond 1131 uitgehuwelijkt aan graaf Dirk VI van Holland. Het echtpaar kreeg negen kinderen, onder wie graaf Floris III en twee bisschoppen van Utrecht. Sophia was patrones van de kloosters Egmond en Rijnsburg; verschillende graven van Holland zijn in de abdijkerk van Rijnsburg begraven, o.a. Dirk VI.

 

De vroomheid van Sophia blijkt vooral uit de pelgrimsreis die zij met haar man naar Jeruzalem maakte (1138, nog piepjong). Op de terugweg bezochten zij paus Innocentius II te Rome. Tijdens deze reis werd hun zoon Dirk geboren, die daardoor de bijnaam ‘Pelgrim’ kreeg. Na de dood van haar man (1157) maakte Sophia een pelgrimage naar Santiago de Compostela, om het graf van de apostel Jakobus te bezoeken. Het gaat immers altijd om graven: zo ook dat van Christus in Jeruzalem en dat van Petrus in Rome. Graven bezoeken graven.Op de terugreis vanuit Santiago werd Sophia’s gezelschap aangevallen door rovers. Zij riep echter de heilige Adalbert aan, die haar uitredding bracht. In 1173 pelgrimeerde ze weer naar Jeruzalem, en in 1176 voor de derde keer. Ze zou van deze reis niet terugkeren; ze overleed in het Mariahospitaal van de Duitse Orde in Jeruzalem op 26 september van dat jaar, en werd daar begraven. De ruïne van de kerk (St. Maria Alemannorum) is nog steeds te zien in de joodse wijk; ze staat op de plaats van de vroegere… Sophiakerk.

De 13e-eeuwse Rijmkroniek over de graafschap Holland zegt over onze Sophie: ‘Dese diederic [Dirk VI] hadde een vrouwe Te wive edel ende ghetrouwe Die sophie hiet van hogen magen’, en verderop: ‘Sophie die edele gravinne, Die heilich was ende wijs van sinne’. Dat zal zeker een toespeling op haar naam zijn geweest: Sophia de wijze – dat is hier: de vrome (Ps. 111:10).

De vraag boeit me waarom middeleeuwers zulke pelgrimages ondernamen. Naast politieke en avontuurlijke redenen ging het gewoonlijk om een zelf of door anderen opgelegde boetedoening. Wij zijn christenen net als zij – maar een dergelijke boetedoening spreekt ons totaal niet meer aan. Het zou best de moeite waard zijn eens na te denken over de vraag of ons veel ‘gemakkelijker’ soort christendom ons ook tot betere mensen maakt…