Sophia de heks

 

[column blad Soφie 4]

In deze tijd leest iedereen die zichzelf respecteert, natuurlijk de nieuwste roman van Umberto Eco: De begraafplaats van Praag. Praktisch iedereen die in de roman voorkomt, heeft in de negentiende eeuw werkelijk bestaan, of heeft op zijn minst bestaan in de fantasie van mensen die werkelijk hebben bestaan. De verhalen in de roman zijn zo ‘fantastisch’ dat je bijna niet kunt geloven in de echtheid van de beschreven personen. Het is een woest boek, maar niet ledig. Wie het afschuwelijke antisemitisme van de twintigste eeuw wil begrijpen (de Sovjet-Unie, nazi-Duitsland, het Midden-Oosten), moet dit boek lezen, dat probeert te reconstrueren hoe dat antisemitisme zich ontwikkeld zou kunnen hebben.

Ik trof er een Sophia in aan die mij onmiddellijk geschikt leek voor Soφie: Sophia-Sapho. Volgens dr. Michael Germanus (d.i. ds. Johann Künzle in Feldkirch), in zijn boek Geheimnisse der Hölle (1896), zou Sophia-Sapho geboren zijn te Straatsburg in 1863 als Sophia Walder. Ze was de dochter van een protestantse dominee en een rozekruiseres, met wie de dominee samenleefde nadat hij zijn vrouw vermoord had. In occulte kringen werd beweerd dat haar werkelijke vader de duivel Bitru was, die verklaarde dat zij voorbeschikt was om overgrootmoeder van de Antichrist te worden. Zij schonk te Jeruzalem het leven aan een dochter, die de grootmoeder van de Antichrist zou zijn. (Als dat zo is, moet de Antichrist intussen allang geboren zijn!). Volgens de verhalen zou zij een vurige aanhanger van ‘Lucifer’ geweest zijn. Tijdens een banket van de vrijmetselaars deed iemand een paar druppels gewijd water uit Lourdes in haar glas limonade, waardoor zij verschrikkelijke pijnen en krampen kreeg, waarvan zij ten slotte verlost werd door vuur uit te braken. Volgens ‘dr. Germanus’ bewees dit duidelijk dat Sophia bezeten was. Haar naam was wijsheid, maar dan een wijsheid uit de hel.

Germanus’ boek is ongetwijfeld een van de vele geschriften die Umberto Eco geraadpleegd heeft voor zijn nieuwste roman. Het is inderdaad een roman, ontsproten aan de fantasie van de schrijver – maar gebaseerd op de vele verhalen die in (en over) die verdemoniseerde negentiende eeuw zijn verteld. Wat daar ook van waar moge zijn, het bestaan van de kwaardaardige Protokollen van de Wijzen van Sion is een feit. Ze hebben miljoenen geesten vergiftigd met het antisemitisme tot op de dag van vandaag: duizenden moslimkinderen leren uit deze valse Protokollen nog altijd hoe ‘slecht’ de Joden zijn.

Umberto Eco schreef een ‘verschrikkelijk’ boek – maar misschien wel nodig om ons meer de ogen te openen voor de krachten van de duisternis.