|
Op het internet ontdekte ik een heel bijzondere vorm van antisemitisme: als een politiek leider je niet bevalt, dan probeer je, suggestief en denigrerend, ‘aan te tonen’ dat hij of zij een Jood/Jodin is! Nu is dat bij sommige leiders inderdaad geheel of gedeeltelijk het geval: Mahmoed Ahmadinejad, president van Iran, nota bene hater van Israël, heeft zelf betuigd dat hij van Joodse komaf is (zijn vroegere naam was Sabourtian, d.i. ‘wever van de tallit’, het Joodse gebedskleed). Nicolas Sarkozy, president van Frankrijk, is via zijn moeder een kleinzoon van de Griekse Jood Aaron Benico Mallah. Hillary Rodham Clinton, minister van buitenlandse zaken van de VS, had een Joodse grootmoeder, Della Murray, die nog Jiddisch sprak. De broers David en Ed Miliband, die beiden Brits minister zijn geweest, zijn geheel Joods. Helmut Kohls overgrootvader zou zijn naam nog met een n (Kohn) hebben geschreven en zou van Khasarische Joden afstammen. David Cameron, premier van Groot-Brittannië, had een grootmoeder, Enid Levita, die een achterkleindochter van Elijah Levita was, een bekend Duits-Joods literator uit de 16e eeuw. Dominique Strauss-Kahn, tot voor kort hoofd van de IMF, is net als zijn vrouw, Anne Sinclair, geheel Joods. Van heel veel meer leiders echter wordt door hun venijnige critici wel beweerd dat zij Joods zijn, terwijl ik daarvan geen enkel spoor heb kunnen ontdekken. Zo wordt op het internet geponeerd dat Silvio Berlusconi, George Busch, Boris Jeltsin, Dmitry Medvedev, Angela Merkel, Barack Obama (via zijn moeder uiteraard) en Vladimir Poetin ook Joodse wortels zouden hebben. De argumenten daarvoor zijn vaak miserabel, maar dat geeft niet: als de suggestie van Jood-zijn (met de daarbij behorende insinuaties) maar gewekt wordt. Je zou bijna zeggen: van welke (gehate of gevreesde) politieke leider wordt niet beweerd dat het een (hele of halve) Jood is? Blijkbaar wordt dit Joods-zijn gelanceerd om daarmee de naam van die politici te bekladden, dus uit zuiver antisemitische overwegingen: ‘hij of zij is een Jood/Jodin, en dat verklaart voldoende waarom zij niet deugen’. Een uiterst geraffineerde vorm van Jodenhaat! Of je voor of tegen een politicus bent, mag uiteraard niets te maken hebben met de vraag of de desbetreffende persoon al of niet Joodse wortels heeft. Er is trouwens geen enkele reden om te vermoeden dat het Joodse volk meer kwade politici heeft voorgebracht dan niet-Joden – eerder het tegendeel. Sommige van de beste naoorlogse burgemeesters van Amsterdam waren (halve of hele) Joden: Ivo Samkalden, Wim Polak, Ed van Thijn, Job Cohen en Lodewijk Asscher! Om van zoveel andere voortreffelijke heel- of half-joodse politici maar te zwijgen: recent bijvoorbeeld Charlie Aptroot, Rob Oudkerk, Uri Rosenthal en Frans Weisglas.
|