Vernieuwing in Brazilië

 

Er wonen maar liefst zo’n 210 miljoen mensen in Brazilië. Tot enkele decennia geleden was het ’t land met de meeste rooms-katholieken (ruim 91%). Tegelijk vierden toverij, voodoo, voorouderverering en andere vormen van afgoderij er hoogtij; het was heidendom met een katholiek vernis. Dat is nu snel aan het veranderen, en wel door een ingrijpend vernieuwingsproces. Dat komt ten eerste door de beweging van de charismatische rooms-katholieken, die in Brazilië veel succes boeken in het brengen van geestelijke vernieuwing en afschaffing van het heidendom. Daarnaast is het onvermijdelijk dat, net als in zoveel andere Zuid-Amerikaanse landen, het aantal uittredingen uit de Rooms-Katholieke Kerk, groot is. Volgens SEPAL, dat betekent Servindo aos Pastores e Líderes (Dienst aan Voorgangers en Leiders), groeit het aantal evangelische christenen jaarlijks met zo’n 7,5%. Berekend gevolg: in 2020 zal maar liefst 52% van de bevolking evangelisch zijn! Dat is werkelijk ongelooflijk. ‘Evangelisch’ is hier trouwens een ruim begrip: het doelt op alle protestanten die in de christelijke traditie staan, van luthers tot charismatisch. Maar de evangelischen/charismatischen vormen verreweg de grootste meerderheid.

De groei van de evangelisch-charismatische stroming, zowel binnen als buiten de Rooms-Katholieke Kerk, heeft een geweldige impact. Onderzoekers signaleren een daling van het alcoholmisbruik, van het aantal gebroken gezinnen en van het aantal gedetineerden, en een toename van het schoolbezoek door de jeugd, wat voor de toekomst van Brazilië van groot belang is. De vernieuwingsbeweging betekent dus niet alleen vele persoonlijke bekeringen, maar ook fundamentele veranderingen in het sociale bewustzijn.

Zorg

Tegelijk is er ook zorg, en wel van minstens drieërlei aard. Ten eerste blinken evangelische christenen niet altijd uit in kennis van Gods Woord. Hun oppervlakkigheid houdt vaak een nogal scherpe scheiding in tussen hun godsdienstige en hun alledaagse leven.

Ten tweede zijn er altijd stromingen die van zulke vernieuwingen misbruik maken. Ik doel niet alleen op Jehova’s getuigen en mormonen, maar ook bijvoorbeeld predikers van een vals welvaartsevangelie. Ik heb het niet over predikers die verkondigen dat God je ook lichamelijke genezing en verbetering van je financiële situatie kan schenken – daar geloof ik ook in – maar predikers die de materiële hebzucht van de christenen aanwakkeren en ze daarvoor het geld uit de zak kloppen met de belofte dat de mensen het veelvoudig zullen terugkrijgen.

Mens centraal?

Ten derde zijn er bij vernieuwingen altijd protesten van zeer traditionele christenen, rooms-katholiek en protestant. Zo roert de gereformeerde dominee Hernandez Dias Lopez in Brazilië zich nogal. Hij noemt de aan de gang zijnde geestelijke vernieuwing ‘volledig in strijd met Gods Woord’. Reden: een evangelie dat gericht is op welvaart en genezingen, is een evangelie waarin de mens centraal staat, terwijl bij een echte opwekking God centraal staat, en dat niet een God die geëerd wordt om wat Hij geeft, maar om wie Hij is.

Dit lijkt mij een drogredenering. Jezus nam het op voor de armen en de zieken, en de bediening aan hen speelde bij Hem een hoofdrol. Zou dominee Lopez nu gezegd hebben dat bij Jezus niet God, maar de mens centraal staat!? We moeten de ogen niet sluiten voor de zwakheden van de evangelische vernieuwing (zie boven). Maar loopt Lopez niet gevaar dat hij de rol van de farizeeën en schriftgeleerden speelt, die Jezus ernstig bekritiseerden omdat Hij het voor de zieken en verschoppelingen opnam? Volgens Lopez begint een opwekking bij de kansel en niet in de kerkbank. Dit lijkt mij regelrechte onzin. Menige opwekking is begonnen doordat de ambtelijke leiders ernstig in gebreke bleven en onder het ‘gewone’ volk mensen opstonden die zich tot geestelijke leiders ontpopten.

Ik zou Lopez de raad van Gamaliël willen meegeven: ‘Houd u afzijdig van deze mensen en laat hen begaan, want als het mensenwerk is wat ze nastreven, zal het op niets uitlopen, maar als het Gods werk is, zult u niets tegen hen kunnen uitrichten, of het zou wel eens kunnen blijken dat u tegen God strijdt’ (Hand. 5:38v.).