|
[column Friesch Dagblad, 12 jan. 2011] Nu, begin 2011, is het tijd om vast te stellen dat twee profetieën niet zijn uitgekomen (volgens sommigen ‘helaas’). Beide gaan terug op een rabbijnse uitspraak. De eerste is van de vroeg 18e-eeuwse Rabbi Eliahoe ben Sjlomo Zalman, bijgenaamd de Vilna Gaon (het ‘genie uit Vilnius’). In zijn tijd werd de grote synagoge in oud Jeruzalem gebouwd die vandaag bekend staat als de Hurva-synagoge (Hebreeuws churvah = ruïne). Volgens het verhaal voorspelde hij dat de synagoge tweemaal door moslims verwoest zou worden (vandaar de naam Hurva), maar ook tweemaal weer zou worden opgebouwd. Bij de derde inwijding zou tevens een begin gemaakt worden met de bouw van de ‘derde tempel’, de opvolger van de tempel van Salomo en die van Herodes. Die twee verwoestingen hebben inderdaad plaatsgevonden: in 1721 en in 1948, en de herbouw gebeurde in 1864 en in 2001-2010. Op 15 maart jl. (de eerste dag van het religieuze jaar) heeft de herinwijding van deze schitterende synagoge plaatsgevonden. Maar met de herbouw van de tempel is in 2010 bepaald geen begin gemaakt… Dat lijkt politiek ook finaal onmogelijk, want dat gebouw zou pal naast de Rotskoepel moeten verrijzen. De hele moslimwereld zou in opstand komen. Toch geloof ik dat die ‘derde tempel’ er komt; het zal de tempel van de Antichrist zijn (2 Tess. 2:4). Sommigen vermoeden dat de Hurva-synagoge zelf wel eens die ‘tempel’ van de Antichrist zou kunnen worden…
Jubeljaren De tweede profetie is eveneens van een rabbi, en wel de 13e-eeuwse mystieke Rabbi Judah ben Samuel uit Regensburg. In maart 2008 schreef Ludwig Schneider in Israel Today dat de rabbi vóór zijn dood in 1217 had geprofeteerd dat de Turken Jeruzalem ‘acht jubeljaren’ (d.i. 8 x 50 = 400 jaar) lang bezet zouden houden. Dit is exact in vervulling gegaan. Precies driehonderd jaar na zijn eigen dood, in 1517, veroverden de Ottomaanse Turken de stad, en precies vierhonderd jaar later, in 1917, moesten zij haar afstaan aan de Britten. De rabbi profeteerde vervolgens dat het gebied gedurende vijftig jaar ‘niemandsland’ zou zijn, en dat de stad vervolgens in handen van de Joden zou komen. Ook dit is in 1967 exact in vervulling gegaan (Zesdaagse Oorlog). Tussen 1917 en 1967 konden noch de Britten, noch de Jordaniërs de stad als hun bezit claimen; vandaar de term ‘niemandsland’. Nog weer vijftig jaar later, in 2017, zouden dan de ‘messiaanse tijden’ beginnen. Helaas heeft Schneider geen bronvermelding gegeven. Ik heb die op het internet ook niet kunnen vinden; wel vermeldt de Jewish Encyclopedia dat Rabbi Judah ‘het exacte jaar van Israëls verlossing kende’. Het feit dat we Schneiders verhaal met argwaan moeten bejegenen zolang hij zijn bron niet noemt, heeft onnoemelijk veel christelijke sites er niet van weerhouden op grond van dit artikel het jaar 2017 uit te roepen tot het jaar van de wederkomst van Christus. En u voelt hem al aankomen: degenen die geloven dat precies zeven jaar vóór de verschijning van Christus de Gemeente zal worden ‘opgenomen’, hebben 2010 uitgeroepen tot het jaar van de ‘opname’. Het is er niet van gekomen. Nu kan het zijn dat die theorie van die zeven jaar vroegere ‘opname’ niet klopt. Want één ding is zeker: ook los van Rabbi Judah is het wel zeer opmerkelijk dat de Turkse bezetting van Jeruzalem inderdaad precies acht ‘jubelcycli’ heeft geduurd, en dat de stad precies één ‘jubelcyclus’ later in Joodse handen is gekomen. Maar dat geeft ons nog niet het recht om bijzondere betekenis aan het jaar 2017 toe te kennen. (De jaren 1917, 1967 en 2017 zijn trouwens helemaal geen officiële Joodse jubeljaren.) Wat ik als wetenschapper nu zo dolgraag zou willen weten is dit: in welke primaire bronnen zijn de ‘profetieën’ van de Vilna Gaon en van Rabbi Judah terug te vinden? Zolang niemand me dat kan vertellen, zouden deze voorzeggingen ook wel eens bedacht kunnen zijn door eigentijdse sensatiezoekers...
|